Bijpraten met: Joël Veltman

De carrière van Ajax-verdediger Joël Veltman gaat sneller dan het eerste jaar van de carrière van Hedwiges Maduro ooit. Binnen een paar weken transformeerde hij bij zijn club van bankzitter tot sterkhouder, én werd hij international. Inmiddels is hij al niet meer weg te denken uit het Nederlands Elftal dat komende zomer in Brazilië kansloos ten onder zal gaan.

Zelf blijft de Velsenaar rustig onder alle aandacht. Ook nu hij deze week met een groot interview in de Voetbal International staat, en op de cover bovendien. Hoe dan ook, hoog tijd om eens bij te praten. We spraken op Joëls verzoek af in Café de Grote Hout, in zijn geboortedorp. De mandekker bestelt een kopje thee (Engelse melange, geen suiker) en deelt netjes een paar handtekeningen uit.

TZ: Gezellig cafeetje dit, Joël.
JV: ‘Ik kom hier al zo lang als ik me kan herinneren. Diny, de eigenares, zat vroeger met mijn moeder op Tae-bo.’

Interessant, maar laten we het over voetbal hebben. Gefeliciteerd met de fantastische overwinning op Barcelona.
‘Dank je. We speelden erg sterk, tegen een absoluut topteam. Maar we zijn er nog niet.’

Hoe bedoel je?
‘Het is maar één wedstrijd. Misschien was het maar goed dat ik halverwege die rode kaart kreeg, anders kregen we nog allures. De hossana-stemming bewaar ik het liefst voor het einde van het seizoen. Dat zit gewoon in me. Ik ben een normale Noord-Hollandse jongen uit een hardwerkend gezin, die toevallig leuk tegen een bal aan kan trappen.’

Ik heb nog nooit iemand gesproken die zei dat ‘ie uit een niet-hardwerkend gezin kwam.
‘Niet zo flauw, Thijs. Je begrijpt wat ik bedoel. Mijn vader was op mijn leeftijd tien maanden per jaar van huis om in de Noordzee op tarbot te vissen. Hij zorgt er wel voor dat ik met beide benen op de grond blijf staan. Tenzij ik een kopduel aanga, natuurlijk. Maar daarna, gelijk weer allebei stevig op de grond. Mijn moeder is al net zo nuchter, een echte oerhollandse vrouw.’

Over Holland gesproken, hoe was het om je eerste interland te spelen?
‘Een hele eer, natuurlijk. Ik had al wel eens dat oranje shirt gedragen, maar dat was als supporter op de tribune. Dat deed ik graag, vroeger, lekker tussen de fans naar een voetbalwedstrijd van Nederland kijken. Helaas is dat nu even wat lastiger, aangezien ik zelf op het veld sta.’

Kwam de oproep te vroeg?
‘Ik maak die keuze niet, dat doet meneer Van Gaal. Ik ga niet zeggen dat ‘ie me beter nog een jaartje of twee kan laten rijpen. Het ging volgens mij ook vrij aardig, ik ben niet ontevreden over mijn debuut. Maar dat betekent niet dat ik met mijn hoofd al bij het WK in Brazilië zit.’

Je begint nu anders zelf over het WK in Brazilië.
‘…’

Maakt niet uit, Joël. Je speelde Falcao, een van de beste spitsen ter wereld, helemaal uit de wedstrijd.
‘Hij heeft niet gescoord, in ieder geval. Natuurlijk is het een geweldige voetballer, dat zie je aan alles. Je moet hem voortdurend in de gaten houden, anders is ‘ie weg. Maar weet je, ’s ochtends leest hij ook gewoon de Colombiaanse Telegraaf, en ’s avonds kijkt hij naar de Colombiaanse GTST. Laten we het vooral niet groter maken dan het is. Ik schakelde mijn mannetje uit.’

Je wordt omschreven als een type ‘Frank de Boer’, met de verdedigende capaciteiten van Franco Baresi, het keizerlijke opbouwen van Franz Beckenbauer, de flair van Liberace en het kapsel van Justin Bieber. Doet dat niet iets met je?
‘Natuurlijk zijn dat fantastische namen om mee vergeleken te worden, maar ik blijf vooral Joël Veltman. Zonder arrogant te willen klinken, natuurlijk.’

Ben je niet bang voor een terugslag?
‘Nee. Kijk, als het in dit tempo doorgaat ben ik over een jaar aanvoerder van Real Madrid. Alle gekheid op een stokje, het gaat nu erg goed. Natuurlijk zal er een keer tegenslag komen, dan zal ik daarvan proberen te leren en beter te worden. Ik besef dat ik ontzettend blij mag zijn dat ik dit beroep mag uitoefenen. Mijn vader maakte op mijn leeftijd werkweken van 65 uur bij de Hoogovens. Zonder pauzes.’

Wacht even, net was hij nog visser.
‘Het gaat erom dat je de dingen in perspectief moet blijven zien. Winnen van Barcelona, spelen voor Oranje, het is allemaal leuk en aardig, maar er zijn belangrijkere zaken in het leven. Ik laat me niet zo snel gek maken door de buitenwacht. Vrienden, familie en gezondheid, daar gaat het om. Sport is een leuke bijzaak. Net als luxe. Kijk, ik bel nog met een Nokia 3110.’ (Hij haalt een telefoon uit zijn broekzak, inderdaad een oude Nokia)

Bedoel je niet 3210?
‘Nee, 3110, de versie daarvoor. Prima telefoontje, alleen nog geen Snake erop. Maar al die poespas hoeft van mij niet zo. Hij kan bellen, dat is genoeg. Lekker gewoon blijven doen. Weet je, mijn vader had al die luxe vroeger niet. Op mijn leeftijd zat hij op zijn knieën in de modder, de hele dag bloembollen te planten.’

Je punt is meer dan duidelijk, Joël. Bedankt voor het interview.

Top 10 videoclips waarin de artiest naar de camera toe fietst

Als ik ooit een videoclip zou opnemen zou ik zeker een paar shots willen hebben vanaf een rijdende auto, terwijl ik fietsend langs schijnbaar random maar uiteraard nauwkeurig geselecteerde plekken kom. Een beetje dit idee van Adje en Jayh, maar dan niet gemotoriseerd. Helaas zijn dat lang niet de enigen die mijn concept al eens uitgevoerd hebben. Een lijstje van muzikanten die me voor zijn geweest.

Nota bene: iedereen die ooit op de School voor Journalistiek heeft gezeten heeft ooit minstens één keer een nieuwsbericht moeten schrijven over iets van fietsenproblematiek. Nu is dat al niet het boeiendste onderwerp, maar het grootste probleem is dat je dan een artikel hebt van 300 woorden waarvan 50 keer het woord ‘fiets’. Synoniemen als ‘tweewieler’ en ‘stalen ros’ zijn nog erger dan de herhaling. Nu zit ik al een tijdje op de School voor Journalistiek, en heb ik naar schatting in mijn leven inmiddels zesduizend keer de toetsencombinatie ‘f-i-e-t-s’ getypt. Dus die extra veertien keer kan er ook nog wel bij.

10. Mark Ronson & The Business Intl. – The Bike Song
Laten we aftrappen met een inkoppertje. Mark Ronsons fiets is niet je average hipstermobiel. Ik zou hier graag de term ‘antropomorfisch’ willen gebruiken in combinatie met een filmreferentie, en aangezien het mijn blog is en niemand me kan stoppen ga ik dat ook doen. Dit is het meest antropomorfische rode voertuig sinds Christine.

9. Bat For Lashes – What’s A Girl To Do?
Een Lily Allen look-alike, omringd door allerlei afgewezen figuren uit het ontwerpstadium van Donnie Darko. Prima concept voor een videoclip. En het klinkt ook nog als Björk die gothic is gegaan.

8. Mac Miller ft. Schoolboy Q – Gees
Op de heetste dagen van het jaar doet zich binnen de ring van Amsterdam een surrealistisch tafereel voor. Mannen met een grote brandslang (geen innuendo) zijn de hele dag bezig met het pappen en nathouden van de bruggen. Waarom weet niemand. Ik vermoed dat ze smelten als het asfalt boven de 30 graden komt. In Pittsburgh, Pennsylvania zijn brugmannetjes niet nodig. Daar laten ze Mac Miller een rondje rijden met een flinke fles bier.

7. N.E.R.D. – Provider
Het was ergens aan het begin van deze eeuw dat Pharrell Williams met P. Diddy, Busta Rhymes en Mr. T. in een meer dan hippe bar aan de cognac zat. Het succes van de zanger/producer was op dat moment zo onmetelijk groot dat hij opschepte dat het helemaal niet meer uitmaakte wat hij uitbracht, als hij maar in de videoclip verscheen. Twee maanden later stond Provider in de hitlijsten.

6. Lily Allen – LDN
Een Bat For Lashes look-alike, rijdend door de city op haar bike all day. Prima concept voor een videoclip. Wegens de extreem high definition van deze video kan het even duren voor hij geladen is.

5. The Mixtures – Pushback Song
In 1970 nam het Australische The Mixtures een cover op van Mungo Jerry’s ‘In The Summertime’. Een vrij letterlijke cover. Eigenlijk gewoon een kopie. Toen dat down under de hitlijsten binnendrong (geen innuendo) werd besloten ze hetzelfde nummer nog een keer te kopiëren, maar dan met een andere tekst en titel.

4. Jeff Buckley – So Real
Het gedeelte van de hersenen waarin het idee van een artiest op een fiets ontstaat, ligt precies naast het gebied waar beelden zitten van mensen in dierenpakken. Dat moet wel, want die combinatie komt verdacht vaak voor. Hier gaan er een stel apen met Jeffs fiets vandoor. Er schijnt ook een video met alternate ending te circuleren, waarin de menselijke nachtegaal tijdens het slotakkoord met een backflip de Mississippi inspringt.

3. Skik – Op Fietse
Niemand heeft het door omdat het in onverstaanbaar Drents dialect is gezongen, maar zeer waarschijnlijk is dit de slechtste songtekst ooit: een uiterst gedetailleerde beschrijving van de snelste fietsroute van Klazienaveen-Noord naar Barger-Compas, met een opsomming van alle tussengelegen gehuchten.

2. The Smiths – Stop Me If You’ve Heard This One Before
Als er één volk niet gemaakt is om te fietsen zijn het wel onze overburen. Ooit stelde een revolutionair voor dat Britten naar Nederlands voorbeeld vaker op de fiets naar hun werk zouden moeten gaan. Dat werd op zich positief ontvangen, maar de vraag was of ieder bedrijf dan douches zou moeten installeren voor de bezwete collega’s. Wij hebben het over het losstaande fietsen en wielrennen, daar hebben ze niet voor niets maar één woord voor cycling. Maar dat is ook een voordeel. Sinds de Cavendishes en Wigginsen zo hard trappen dat ze in competitieverband soms in fel gekleurde truitjes mogen rondrijden, gaat ook het percentage fietsende forenzen omhoog. Eén charmante man lag natuurlijk jaren voor op die trend: Morrissey.

1. Robin Thicke – When I Get You Alone
Er was een tijd dat acteur/family man Alan Thicke niet de vader van Robin was, maar Robin het zoontje van Alan. Als langharige fietskoerier maakte hij de straten van New York nog onveiliger dan ze al waren, en dat onder een zeer catchy Beethoven-sampletje. Een veel eervollere baan dan dienen als Miley Cyrus’ stripper pole, als je het mij vraagt.

BONUS: Flight of the Conchords – Foux Du Fa Fa
Omdat er altijd ruimte is voor de heren van Flight of the Conchords. Hier komen ze bij de bakkerij twee vrouwen tegen met wie ze wel een baguetje willen eten. (Dat was wel degelijk een innuendo.)

Top 10 liedjes van Elliott Smith

Ik stel de vraag zelf ook wel eens, want er is geen betere graadmeter voor een potentiële vriendschap dan een wederzijds acceptabele ‘beste artiest ooit’. Afhankelijk van de context, vragensteller en stemming van het moment is het bij mij Neutral Milk Hotel, R. Kelly of Elliott Smith. Die eerste act is net bezig aan een reünietour waarbij Nederland voorlopig netjes wordt overgeslagen en de tweede is nog steeds hartstikke fresh out the kitchen (zie bijvoorbeeld de namedrop op de cover en het matching artikel in het laatste CJP Magazine).

Blijft over de beste singer/songwriter ooit. Elliott Smith is vandaag precies tien jaar geleden overleden. De man heeft zoveel fantastisch mooie nummers geschreven dat ik iedere week weer een nieuwe favoriet heb. Deze top 10 zou volgende maand weer compleet anders kunnen zijn, maar nu zeg ik vol overtuiging: de tien beste liedjes van Elliott Smith. De andere kanttekening is natuurlijk dat ze eigenlijk allemaal op één zouden moeten staan.

10. L.A. (Figure 8, 2000)
Gisteren was ik in Ekko waar een paar zeer in niveau wisselende muzikanten Elliott-covers speelden. In het publiek stond een meisje met een tattoo in haar nek. Nu staan er vaker meisjes in de Ekko met een tattoo in hun nek. Meestal voor mij het teken om nul aandacht meer te geven. Maar dit was een rood-blauwe swirl zoals op een muur op Sunset Boulevard. Diezelfde muur waar Elliott voor staat op de hoes van Figure 8. Ik kon nog net een spontaan huwelijksaanzoek onderdrukken. (maar als je dit leest, bel me)

9. St. Ides Heaven (Elliott Smith, 1995)
Dit liedje noemt het cheap ass biermerk St. Ides, en is daarmee in het uitstekende gezelschap van I Got 5 On It van Luniz.

8. Say Yes (Either/Or, 1997)
Zoals Elliott zijn hele leven heeft geworsteld met zijn levensvreugde, zo vechten ook in zijn songs opgewektheid en pure droefenis om de aandacht. Ik heb iemand hem recentelijk nog ‘vrolijke liedjes’ toe horen dichten. Dat gaat ver, maar soms is hij best positief gestemd. Zoals in Say Yes, waarin heel even de zon lijkt te schijnen. Afsluiter van een van de beste albums ooit gemaakt.

7. Bottle Up and Explode! (XO, 1998)
Yeah, rock ‘n’ roll! Van een van de beste albums ooit gemaakt.

6. Needle In The Hay (Elliott Smith, 1995)
Niet het volledige nummer, maar het stuk dat gebruikt werd in The Royal Tenenbaums. Zelden past filmmuziek zo goed bij het beeld.

5. Heatmiser – Plainclothes Man (Mic City Sons, 1996)
Ik kan dit lijstje niet maken zonder even duidelijk te benadrukken dat ik ook Elliott’s bandje Heatmiser in de platenkast heb staan. Compleet, jawel. Natuurlijk is dit ook gewoon een Elliott Smith-liedje onder een andere naam. Zijn collega-zanger Neil Gust uit Heatmiser ging later solo met No. 2 als artiestennaam. Dat is nog eens je plaats kennen.

4. No Name #1 (Roman Candle, 1994)
Elliott op zijn best. Hij zingt niet eens meer, het is bijna jammeren. Maar wat een gitaarspel.

3. Miss Misery (Good Will Hunting soundtrack, 1999)
Elliott Smith was twee jaar niet meer onder ons toen een indieradiostation uit Boston besloot een eerbetoon te organiseren: 24 uur alleen maar Elliott. Nu gaat zelfs de mooiste stem op een gegeven moment wel vervelen, dus zochten ze artiesten om covers op te nemen. De verantwoordelijke medewerker verdient een Pulitzer voor research, want ze kwamen uit bij mijn MySpace. Het was de tijd dat ik nog de potentie had om een mislukte singer/songwriter te worden.

Na een paar mailtjes waren we eruit, ik zou een cover van Miss Misery opnemen. In het Nederlands, zelf vertaald. Helaas haalde ik de songtekst van een vrij beroerde website, dus zaten er nogal wat fouten in. Zo merkte ik toen ik mijn verder geheel correcte vertaling aan een mede-fan liet horen. Maar goed, weten die Amerikanen veel. Ik ben zelf niet naar de overkant gevlogen om het te checken, maar mijn Miss Misère schijnt twee keer langs te zijn gekomen. Samen met de show in het jeugdhonk van Barneveld toch wel het hoogtepunt van mijn muzikale carrière.

Feitje: dit nummer was genomineerd voor een Oscar voor de beste soundtrack. Dichter bij mainstream succes is Smith nooit geweest. Helaas was het ook het jaar van Titanic, en dus My Heart Will Go On.

2. Waltz #2 (XO, 1998)
Toen ik Elliott Smith ergens in de jaren negentig leerde kennen was het door dit liedje. Wist ik veel dat ‘ie zo nog een tiental driekwarts- en 24-karaats-juweeltjes had liggen. Heartsong.

1. Between The Bars (Either/Or, 1997)
Het liedje van de week. Tevens een classic natuurlijk. Het couplet is al zo oorstrelend mooi, andere singer/songwriters mochten willen dat ze zulke sterke refreins schreven. Had ik al gezegd dat Either/Or een van de beste albums ooit gemaakt is?

Bijpraten met: Derk Boerrigter

Deze zomer staat de Eredivisie in het teken van een uittocht van stilistisch gehandicapte voetballers. Zonder Driesje Mertens, Kevin Strootman en Micky Sulejmani wordt het moeilijk om komende lente een Slechtste Elf samen te stellen.

Het grootste gemis is echter Derk Boerrigter. Hij vertrok naar Celtic voor ik hem kon belonen voor zijn belabberde spel van afgelopen seizoen. Dus ik reisde hem achterna, met de felbegeerde Gabrich-bokaal voor slechtste speler in de Ajax-selectie in de reistas. Benaderbaar als hij is, ontving hij mij op zijn hotelkamer in het Schotse Glasgow. Als altijd is hij piekfijn gekleed en loopt hij met krukken.

TZ: Derk, allereerst gefeliciteerd met je transfer.
DB: “Dank je. Ik ben zeer dat ik hier nu ben.”

Ik ook. Bij deze, van harte met de Gabrich-bokaal.
“Oh wow! Dit doet me echt goed. Het hele jaar was ik met Micky (Sulejmani, red.) aan het bekvechten over wie hem zou krijgen. Kregen we soms ook commentaar op. Zo van: ‘hey jongens, let even op de wedstrijd!’ Het hielp wel dat de trainer hem uiteindelijk helemaal nooit meer opstelde.”

Voel je je de terechte winnaar?
“Nee, eigenlijk niet. Ik ben vorig seizoen drie keer een man gepasseerd, dat zegt wel iets over je kwaliteiten. Twee keer daarvan was de tegenstander wel Erik Pieters, maar toch.”

En die andere?
“Daley Blind. Op de training. 12 april, ik weet het nog precies. De trainer klapte in zijn handen. Maar dat kan ook zijn geweest om de groep bij elkaar te roepen omdat de partijvorm ging beginnen.”

Heb je gefaald bij Ajax?
“Ik wil best toegeven dat ik mijn niveau niet altijd heb gehaald. Maar dat ligt niet echt aan mij. Het seizoen ervoor had ik Theo Janssen achter me, die wist tenminste hoe hij een bal in de diepte moest spelen. De spitsen snap ik ook niet. Dan zet ik een bal voor achterin de zestien en dan loopt zo’n Siem de Jong vrij bij de eerste paal. Bovendien zag de trainer het gewoon niet in me zitten. Als ik dertig wedstrijden achter elkaar zou hebben gespeeld was ik vast een keer in vorm geraakt. Bij de hele technische staf miste ik het vertrouwen. Dat heeft zijn uitwerking op een gevoelige jongen als ik.”

Anders nog iets?
“Nou, ik ben een beetje teleurgesteld in mijn ouders. Ik train zó hard. Maar het lijkt net alsof mijn lichaam niet wil. Of dat ik voortdurend geblesseerd raak. Ik denk dat dat iets genetisch is. Daar kan ik natuurlijk niet tegenop boksen.”

Zou je de schuld niet een klein beetje…
“Nee.”

Ook alvast gefeliciteerd met het komende kampioenschap.
“Dat vind ik nou flauw. Iedereen doet maar alsof die Schotse competitie niets voorstelt. De topscorer van vorig jaar speelt dit seizoen maar wel mooi voor NEC.”

Heb je al iets van het niveau meekregen verder?
“Gisteren speelden we tegen Ross County. Die hadden de hele wedstrijd maar één Schot op doel en dat was hun keeper. Maar dat was een laagvlieger. Als de grote tegenstanders als Heart of Midlothian of Partick Thistle komen, dan moeten we vol aan de bak, hoor.”

Je hield het dertig minuten vol. Best netjes.
“Ik ging door mijn enkel. Kan ik ook niets aan doen. Die verdediger liep me zowat omver. En ik weet ook niet of het slim van de trainer was om me gelijk vanaf het begin op te stellen. Ik ben nog niet helemaal wedstrijdfit.”

Je kreeg ook nog een aardige kans op je eerste goal.
“Ja, ik werd de diepte in gestuurd. Nét niet helemaal op de goede snelheid zoals Theo altijd deed, maar ik kwam één op één met de keeper te staan. Toen moest ik denken aan ’s ochtends. Mijn vriendin had een eitje gebakken voor het ontbijt. Maar ze vergeet wel eens het gas goed uit te draaien. Dus ik zat meteen te piekeren, of ik het nog had gecontroleerd. Nou ja, inmiddels was die kans wel voorbij.”

Lukt het om hier te aarden?
“Jazeker, ik ben echt heel goed opgevangen. Vorige training kreeg bijvoorbeeld meteen vijf keer de bal, echt een verademing. Ik kan niet wachten tot ik ook met de groep mee kan doen. Hopelijk valt het mee met die enkel. De mensen hebben hier de echte Boerrigter nog niet gezien.”

Je hebt een paar kansen gemist en je bent geblesseerd geraakt. Afgaande op de laatste twee seizoenen is dat best typisch Boerrigter.
“Niet mijn schuld.”

Weet ik, Derk. Bedankt voor het interview en hopelijk kom je Ajax snel tegen in de Champions League.
“Graag gedaan. Wacht, wat bedoel je daarmee?”

‘Denk aan dat lijf van Epke’

Langzaam druppelen de deelnemers binnen op het parkeerplaatsje aan de rand van het Panbos bij Zeist. Een aardige opkomst nog, gezien het miezerige weer. Maar goed, wel nordic. Frank, de man die me van materiaal voorziet vandaag, graait tussen de stokken in de achterbak van zijn Citroën Xsara Picasso. “1 meter 75 ongeveer?” Ik krijg een bruin setje in mijn handen gedrukt. “Je hand hier door de vaten steken en dan zo vastklikken aan de stok.” Ik knik. We voegen ons bij de groep. Ik ben met mijn 28 jaar niet geheel tot mijn verbazing de jongste van het stel.

We lopen vandaag onder leiding van Marion Hagdorn. Als zij het startsein geeft en het groepje van veertien het bospaadje inslaat ben ik nog aan het worstelen met mijn linkerhandschoen. Dan zie ik het R-etje op de zijkant. De andere hand gaat makkelijker. Ik moet mijn eerste sprintje van de dag trekken om niet meteen achterop te raken. Marion toont zich behulpzaam. “Ik houd de achterblijvers altijd goed in de gaten.”

Als ik mijn stokken eenmaal goed vast heb gemaakt wacht de volgende uitdaging: het lopen. Dat is moeilijker dan gedacht. Ik ben me zo bewust van mijn passen dat ik vergeet hoe ik mijn armen moet bewegen. “Een standaard beginnersfout”, zegt Marion.  “Eigenlijk moet je je stokken steeds loslaten en weer terugpakken terwijl je loopt. Maar hou jij ze voorlopig maar gewoon vast.” Ik probeer de kunst af te kijken bij mijn voorgangers en zet de punten ferm in de natte grond.

Marion is al 25 jaar actief als conditietrainer. Zo’n zeven jaar geleden kwam ze in aanraking met nordic walking. “Ik moest zelf ook even een drempel over. Maar toen ik het ben gaan proberen zag ik al snel de mogelijkheden. Het biedt dezelfde voordelen als sportief wandelen, maar door die stokken gebruik je net wat meer spieren. Het is net wat intensiever.”

We komen uit bij een zandheuveltje midden in het bos. De coach doet de oefening voor. Ze springt van haar ene been op het andere naar boven en wandelt rustig weer terug. De groep wordt in tweeën gedeeld. Groepje 1 volgt haar voorbeeld. Dan groepje 2, waar ik bij hoor. Het zag er simpel uit, links, rechts, links, rechts, en ondertussen afzetten met de stokken. Als ik het probeer uit te voeren blijkt het best lastig. Ik strompel moeizaam naar boven en sleur de stokken maar wat achter me aan.

Bij de tweede ronde zijn de groepjes al iets kleiner. Ik schaam me dan ook niet als ik de derde manche oversla. Terwijl ik op adem kom laad ik me op voor ronde vier. Ik wil ook niet helemaal afgaan. Nu moeten we met twee voeten tegelijkertijd afzetten in het mulle zand. Ik ben blij met de ondersteuning die bij deze vorm van bewegen hoort. Naast me vliegen de vijftigers Susan en Imke schijnbaar moeiteloos omhoog.

Susan komt als het even kan iedere week, vertelt ze als we weer in gestaag tempo verder wandelen. “Ik heb erg last gehad van mijn wervelkolom. Iets als hardlopen is onmogelijk. Maar door het gebruik van die stokken gebruik je meer verschillende spieren. En daarmee ontlast je dus ook je benen.” Marion valt haar bij. “Door die steekactie naar achteren gebruik je je armen en benen in combinatie. Daarmee is je romp actiever, dus gebruik je ook je buik- en rugspieren.”

Net als ik denk dat ik de stoktechniek onder de knie begin te krijgen houden we weer halt. In tweetallen moeten we een tegen een boom opdrukken. Dit is te doen. Ik zwier heen en weer. De volgende oefening is met een rechte rug tegen diezelfde boom aan zitten. Ik voel meteen de druk op mijn beenspieren. “En nu je vuisten tussen je knieën, en dan druk zetten.” Susan vertrekt geen spier, dus ik doe mijn best om ook niets te laten zien. Ik ben blij als Marion zegt dat we overeind mogen komen om onze benen los te schudden. Ik merk weinig van het ontlasten van mijn benen.

Marion draagt ons op om de stokken los te maken en horizontaal vast te pakken. Terwijl we door onze knieën gaan moeten de armen omhoog, tot de stokken op hoofdhoogte zijn. “Denk aan dat lijf van Epke!” moedigt de coach ons aan. We gaan over op een variant met een stap naar voren waarbij de stokken nog verder omhoog moeten. Ik zit nog met mijn hoofd bij de vorige oefening. “Hey, wel helemaal omhoog he!” wijst Imke me terecht. Ja, pak de nieuweling maar aan. “Ja, je denkt het is maar een beetje lopen met die stokken erbij. Maar het ligt natuurlijk volledig aan je trainer.”

Iedere vorm van scepcis over nordic walking is inmiddels wel uit mijn lichaam gezweet. Marion snapt het suffige imago wel. “Natuurlijk zijn er niet heel veel jongeren die dit doen. Dit is niet bedoeld als concurrent voor hardlopen. Als je dat nog kunt kun je net zo goed gewoon rennen. Maar als je wat ouder bent of je hebt last van een blessure is dit een prima alternatief. In de sportschool heb je ook de keuze tussen high impact en low impact. Je hartslag gaat wel omhoog, maar niet tot in het rood.”

Als we het bos uit zijn komen de thermoskannen met koffie tevoorschijn. Met een koekje erbij. “Dat kunnen we wel hebben na zo’n uurtje beweging.” Ik vraag nog even aan Marion wat ze van mijn sportieve prestaties vind. “Gewoon, zoals de meeste mensen als ze voor de eerste keer meedoen.”

Jump In Peace

Het is inmiddels een traditie geworden om gevallen helden met een passend eerbetoon uit te zwaaien. Bij deze eentje voor Chris “Mac Daddy” Kelly, de ene helft van mode-iconen-duo Kris Kross. Niet te verwarren (of juist heel goed, ik heb deze uitdrukking nooit begrepen) met zijn buddy Chris “Daddy Mac” Smith, natuurlijk. Chris Kelly overleed vandaag in een ziekenhuis in Atlanta. Eerder deze week zorgde hij nog voor onrust op de afdeling door met zijn ziekenhuisgewaad verkeerd om door de hal te springen.

Ik zou hier een verhaal op kunnen hangen van hoe ook ik in begin jaren negentig met een capuchon onder mijn kin aan naar school ging. Het zou nog op de waarheid gebaseerd zijn ook. Maar ik hou het kort, net als de muzikale carrière van Kris Kross. Een passend lijstje van hun meest relevante werk.

1. Kris Kross – Jump

Het mysterie van de KG-bekertjes, of Motorama in Paradiso

Een Brainpower-lookalike op sneakers die ooit wit zullen zijn geweest zet tien kartonnen bekertjes op een Vox-versterker. Deze roadie ziet er totaal niet uit alsof ‘ie bij de band hoort, bedenk ik me. Het zal het ronde brilletje zijn. Een schandalig vooroordeel, zeker gezien ik zelf een aantal jaar geleden ook rondliep met zo’n montuur. Een onterecht vooroordeel ook, wanneer hij een gitaar omhangt en de microfoonstandaard op mondhoogte instelt gaat het er toch op te lijken dat hij erbij hoort. Als hij begint te zingen ben ik overtuigd van mijn ongelijk: Brainpower blijkt de zanger van Motorama.

Voor dit concert in het bovenzaaltje van Paradiso heb ik nog nooit een noot van ze gehoord. De band is me van tevoren aangekondigd als de Russische Interpol, een omschrijving waarbij ik alleen maar kan denken aan de KGB. De projecties van een rustgevende vogelvlucht over heuvelachtige bossen werken die connotatie weg. De eerste schelle tonen van de leadgitaar over de Tindersticks-diepe zang van Brainpower klinken veelbelovend. Bovendien, de bassist is een bassiste, wat vrijwel altijd een goede zaak is.

Na een paar nummers zet Brainpower zijn gitaar aan de kant en pakt een van zijn bekertjes. Hij kijkt er even naar, neemt een teug, en gooit het achter het podium. De band valt in met het zoveelste midtempo two-chord-wonder. Hij zet zijn bril af en begint een dans die niet zou misstaan in een videoclip van Thom Yorke. De bassiste wiegt haar pony heen en weer. Het is meer The Cure nog dan Interpol, ook al valt het geluid van de synthesizer bijna weg.

De zanger slaat weer een bekertje achterover. Deze gooit hij in het publiek. Het meisje dat hem vangt reageert met een schriele kreet en armenwapperend gehuppel, alsof het een bruidsboeket is. Brainpower legt onverstoord zijn bril op zijn versterker. Stiekem is het tempo iets opgeschroefd, en daarmee het aantal schijnbaar ongecontroleerde bewegingen. Tig blanke jongens met bril in het publiek doen hun best om de bewegingen op het podium te emuleren.

Voor het eerst verslikt Brainpower zich in zijn moves. Zijn gitaarhals blijft midden in een bridge steken achter de draad van de microfoon. Hij probeert hem nog te redden, maar met een doffe knal valt hij op de vloer. Ik heb een Rus niet zo onhandig een standaard zien omver gooien sinds Gorbatsjov westerse hervormingen doorvoerde onder het mom van perestrojka.

Nog maar weer een bekertje tussen de nummers door. De zanger kijkt er even naar, en pakt dan toch een andere. Hij kondigt brilloos de afsluiter aan. Eighties-inspired indie op midtempo, maar door de stampende drums en lekkere basloopjes met meer energie dan Gazprom. Alsof de toetsenist gepikeerd is dat hij bijna niet te horen is koppelt hij midden in het nummer met het zijn keyboard los. Daarna begint hij het drumstel te ontmantelen. De eerste rijen zijn een horde van hupsende hipsters. Brainpower gooit, nu expres, zijn standaard om. Als het hele podium vol ligt met instrumenten trekken de Russen zich terug backstage.

Ik ben er nog steeds niet achter of Brainpower nu Engels zingt of Russisch. En waar de kartonnen bekertjes voor dienen blijft ook een raadsel, gewikkeld in een mysterie, in een enigma. Wel een zeer goed optreden.


Thijs Zilverberg, M, 28, Amsterdam

Online one-liners