I heard the news today, oh boy…

Via.

Amstersphere

De wereld volgens Amsterdammers? Het Museumplein zelf als kunst? Of gewoon een geinig geshopt plaatje? In ieder geval mijn nieuwe achtergrond.

Nog 24 van dit soort globes bij Back to Essentials.

Drip it like it’s hot (2)

Ik denk dat ik hier vanaf nu alleen nog maar Snoop Dogg moppen ga plaatsen.

Via.

Drip it like it’s hot

Technisch gezien houdt hij hem niet helemaal zelf vast, maar waarschijnlijk betaalt hij die gozer hiervoor drie keer de Balkenende-norm in marihuana.

Via.

Geographail

Never been…

Via.

Alles op Suk

Het is 3 februari in een winter waar maar geen einde aan lijkt te komen. Ajax speelt tegen Roda JC en Luis Suárez scoort vier goals in een met 4-0 gewonnen wedstrijd. Maar de onbetwiste man of the match is Hyun Jun Suk.

Het verhaal van deze 18-jarige Zuid-Koreaan laat zich lezen als een jongensboek. Amper volwassen pakt hij zijn spullen en stapt in een vliegtuig naar West-Europa. Hij meldt zich op de bonnefooi bij Ajax, en vraagt dag na dag aan coach Martin Jol of hij niet een keertje mag meetrainen. Die stuurt hem door naar de reserves, waar hij een zodanige indruk achterlaat dat hij op stage mag komen. Die stage wordt al gauw verlengd, doorgaans een goed teken. Niet veel later mag hij zijn handtekening zetten onder een officieel contract.

Sindsdien zit alles mee. In de winterstop verhuurt Ajax invalspits Dario Cvitanich aan een Mexicaanse ploeg, en Martin Jol komt erachter dat hij nu wel erg krap in de aanvallers zit. Van de reserves is alleen Miki Sulejmani geschikt als puntspeler, maar hoewel hij een dik jaar geleden nog voor een ruime 16 miljoen euro werd aangetrokken ziet Jol het niet in hem zitten. Suk heeft ondertussen met een hattrick gedebuteerd bij de reserves, dus hij mag een week meetrainen met het eerste elftal. Nog voor het einde van de week zit hij bij de selectie voor de wedstrijd tegen AZ, niet de minste tegenstander. Hij blijft 90 minuten op de bank. Ook tegen NEC en Feyenoord blijven zijn acties langs de zijlijn beperkt tot warmlopen.

Maar dan volgt de thuiswedstrijd tegen Roda JC, een laagvlieger in de Eredivisie. Het is de 80e minuut, Suárez heeft net zijn derde gemaakt, en de tegenstander speelt met een man minder. Marko Pantelic krijgt rust. Terwijl de Serviër al klappend en kruisjes slaand naar de bank loopt begint het publiek in de Arena, en dat in Utrecht achter de buis, te joelen, juichen en applaudiseren. Maar het gegons is niet voor de oude krijger. De toeschouwer krijgt het nummertje 39 dat hij besteld heeft. Hyun Jun Suk heeft zijn hesje uitgedaan.

De resterende tien minuten staan volledig in het teken van de meest gespannen Koreaan sinds westerse journalisten de demarcatielijn bezochten. Een bijna twee meter lange jonge hond met een warrig kapsel loopt achter iedere bal aan die binnen een straal van twintig meter komt. De eerste bal springt van zijn voet af. De tweede ook. Het publiek veert iedere keer als Suk in de buurt van de bal is op. “Alles op Suk!” zingt door het stadion. Dan jaagt hij door op back De Jong van Roda. In zijn enthousiasme tackelt hij zijn opponent haast doormidden. De scheids durft niet te fluiten. Suk staat verbaasd op en trekt dan maar ten aanval. Hij zoekt de snel opkomende Rommedahl. De pass komt achter de man. Balverlies.

“Alles op Suk!” Demy de Zeeuw luistert, en opent op links. Suk controleert de bal onder zijn lichaam. Een snelle schaar. Weer een overtreding, maar de scheids geeft een corner in plaats van een aanvallende fout. De bal wordt weggewerkt, maar Lindgren vangt hem op. Hij knalt op doel, maar raakt de invaller. “Alles op Suk!” Lindgren lacht, met een gemeen trekje om zijn smoel. Suárez maakt zijn vierde en mooiste van de avond, de Koreaan kijkt bewonderend toe. “Alles op Suk!” Rommedahl zet voor, én vindt de Koreaan. Maar die kopt een tiental breedbeeld-tv’s over.

Dan, toch de klasse. De bal komt bijna recht naar beneden vallen. Suk wint het luchtduel met gemak, en kopt achterwaarts door op Suárez. Nog voor hij de grond weer raakt loopt hij alweer door om de kaats van de Uruguayaan op te vangen, om hem vervolgens in één beweging, uit de stuit, diep te sturen. Het leidt tot niks, maar de zenuwen lijken even vergeten. Hij loopt vrij, biedt zich aan, is dreigend. Hij stuurt zijn compagnon in de spits diep uit een prachtige moordenaarspass, die helaas voor buitenspel wordt afgefloten. Even later kapt en draait hij zich mooi vrij, maar zijn voorzet blijkt een mispeer. De blessuretijd zit erop. Bij het handjeschudden na afloop beweegt hij zich wat onhandig in de kluwen van spelers. Alleen generatiegenoot en mede-nieuweling Eriksen geeft hem een hand.

Het voorlopige hoogtepunt uit de carrière van Suk speelde zich af op een lager toneel, tijdens een relaxte training. Gelukkig zijn overal camera’s. Met uitschuifbare benen als Nwankwo Kanu en een lenigheid die hem nu al de bijnaam (hoe kom je erop?) Bruce Lee heeft opgeleverd plukt het fenomeen even een bal uit de lucht. Alsof het niets is. De omstanders kunnen alleen maar ongeloof lachen. Martin Jol staat erbovenop, dus een basisplaats tegen FC Twente dit weekend lijkt gegarandeerd.

Ploeggenoot en gewaardeerde basiskracht bij Ajax en het Nederlands Elftal Gregory van der Wiel probeert het ook even. Suk de verschillen.

Stand-up chameleon

Klikken is vergroten.

Via.

Zo maak ik ze ook altijd… (29)

Onlangs heb ik bij het Neerlandsch Genootschap ter bevordering van het Belegen Woord ‘mispeer’ geadopteerd. Via. Maar dat mocht alleen onder de voorwaarde dat ik hem regelmatig gebruik.

Mbark Boussoufa stond van de week ook al in deze rubriek, en dankzij een tip van Casper nu weer. Bepaald geen mispeer.

Zo maak ik ze ook altijd… (28)

Net bij De Wereld Draait Door, maar dan met name om het chihuahua-achtige commentaar. Over de combinatie hakje-pirouette van Stefano Okaka zeggen ze dan weer niets.

Ik, badend in de Fontein van de Eeuwige Jeugd

Een ode aan de Latijns-Amerikaanse gangsta rap

Al maanden neem ik mezelf voor om eens wat nieuwe muziek te ontdekken. Vroeger, toen ik nog jong was, hield ik een blog bij waar ik zo’n beetje dagelijks nieuwe bandjes op beschreef, of op zijn minst name- en mp3-dropte. Dat betekende menig nachtelijke uurtjes surfen en uitproberen.

Soms zat daar dan McLusky tussen, of Speedmarket Avenue, of Aveo. Maar deze spreekwoordelijke krenten in de pap verbleken natuurlijk bij het feestmaal van De Écht Grote Bands, die ik meestal toch via word-of-mouth heb leren kennen. The Shins, Arcade Fire, en met terugwerkende kracht The Smiths, uiteindelijk allemaal persoonlijke tips en niet het resultaat van een eigen zoektocht.

Toch wilde ik het weer eens doen, zo’n groot exploratief onderzoek. Dus vond ik mezelf terug, playlists bekijkend, mp3-blogs afstruinend, zoekend op ‘indie 2010′ in Soulseek. Het resultaat mag er wezen, na een kwartiertje of wat heb ik meteen met een gouden vondst. Een muzikaal El Dorado. De Fontein van de Eeuwige Jeugd.

Even een zijstapje naar Liberty City, de op New York gebaseerde metropool uit de topgame GTA4. Terwijl ik drive-by-shootend door de straten van Dukes, Algonquin en Alderney cruise staat altijd de ingame-radio op de achtergrond aan. Het station is afhankelijk van de oorspronkelijke eigenaar van de auto. Heb je bijvoorbeeld net een Puerto Ricaan uit zijn Hummer geknikkerd, dan staat hij vaak op San Juan Sounds, een reggaetonzender gepresenteerd door Daddy Yankee himself. Het grote prijsnummer van dit station is Ven Bailalo van het illustere duo Angel y Khriz.

Ik zal niet zeggen dat deze megahit mijn ogen voor de reggaeton heeft geopend. Ieder nummer klinkt hetzelfde, met exact hetzelfde ritme, en ondanks mijn gebrekkige kennis van de Spaanse taal durf ik te stellen dat de teksten nergens over gaan. Het heeft me wel meer open laten staan voor deze exotische invloed. En terecht, zo blijkt nu, want uit dit op het eerste gehoor kansloze genre valt toch een klein beetje hoop te halen.

Als kenner, liefhebber en bewonderaar van het genre gangsta rap moet ik helaas concluderen dat we nu in een kwalitatieve crisis zitten. Snoop Dogg maakt countrysongs, 50 Cent heeft geen singles en van Dr. Dre hoor je helemaal niets meer.

Maar de redding is nabij. El Salvador in dit geval is Mini Daddy, een ekte ekte gangsta ergens uit Latijns Amerika. Misschien zelfs uit El Salvador. Deze jonge versie van Fat Joe heeft alles wat rap zo aantrekkelijk maakt voor een simpele, blanke, West-Europese jongen als ik. Bling bling om zijn nek, bitches waarvan ik me serieus afvraag of ze wel 18 zijn, een niet te ontkennen swagger, rhymes over burrito’s en Doritos. Maar het allermooiste is de handreiking aan fans als ik, de boks aan het einde van de videoclip. Ik heb vandaag al zes keer met mijn vuist tegen mijn beeldscherm gezeten, en voelde me als een melaatse in de aanwezigheid van Moeder Theresa.

Ik zal nog eens aandringen. Kijk het onderstaande filmpje en wees klaar om overspoeld te worden met awesomeness. En hou je gebalde vuist gereed.

Volgende pagina »